Gelukkig zijn in God

Evangelie: Lc. 6, 17. 20-26

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.

In die tijd daalde Jezus samen met de twaalf van de berg af.Hij bleef staan op een vlak terrein.Daar bevond zich een talrijke groep van zijn leerlingenen een grote volksmenigte uit heel het Joodse land,uit Jeruzalem en uit het kustland Tyrus en Sidon.Hij sloeg nu zijn ogen op,keek zijn leerlingen aan en sprak:“Zalig gij die arm zijt,want aan u behoort het Rijk Gods.Zalig die nu honger lijdt,want gij zult verzadigd worden.Zalig die nu weent,want gij zult lachen.Zalig zijt gijwanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten,wanneer zij u uitstoten en u beschimpenen uw naam uit de samenleving bannen als iets verfoeilijks.Als die dag komt, springt dan op van blijdschap,want groot is uw loon in de hemel.Op dezelfde manier behandelden hun voorvaders de profeten.Maar wee u, rijken,want wat u vertroost hebt ge al ontvangen.Wee u, die nu verzadigd zijt,want ge zult honger lijden.Wee u, die nu lacht,want ge zult klagen en wenen.Wee u, wanneer alle mensen met lof over u spreken,want hun voorvaderen deden hetzelfde met de valse profeten.”

Preek 6de zondag door het jaar C op 16 februari in de kerk Oude Bareel

Plaats een reactie