Geloof laat je zien!

preek op 30e zondag door het jaar B, 27 oktober 2024, in de Clemenspoort

Aan het einde van de preek speel ik een lied: Bartimeüs, de blinde bedelaar. Het was deel van een musical dat wij als de Band van de redemptoristen in de jaren 1980 componeerden en speelden. Ik heb het in Nederlands vertaalt en gezonden. Ik ben mij bewust dat de stijl van de jaren 1980 is. Maar voor mij is het een heel emotionele en goede herinnering.

Blind zijn is moeilijk; je brood verdienen door te bedelen.
Het is zwaar om niets anders te hebben
dan wat anderen in je schoot leggen.

Op een dag zal Jezus langskomen;
Wat lang in mij verborgen is, schreeuwt het uit:
Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij! Jezus, Zoon van David, ontferm U!

Alle duisternis, alle verlatenheid, alle twijfel, al mijn angst;
Alle duisternis, alle verlatenheid, alle blindheid, alle zinloosheid roepen nu uit mij:
Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij! Jezus, Zoon van David, ontferm U!

Alle duisternis, alle verlatenheid, alle twijfel, al mijn angst;
Alle duisternis, alle verlatenheid, mijn binnenste breekt opeens naar buiten,
niemand zegt nu: “Zweig!”
Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij! Jezus, Zoon van David, ontferm U!

Ik ben op weg naar Hem. Ik heb mijn plaats verlaten, mijn mantel weggegooid.
Ze willen me vasthouden, willen me tegenhouden. Dat kunnen ze niet.

Hij roept me, hij kijkt me aan. Hij maakt me heel, hij laat me zien.
Hij roept me, Hij maakt me heel voor de weg die ik nu moet gaan.
Laat me nooit vergeten, Heer, dat ik een “blinde” was,
Laat me uw weg gaan met vreugde, Heer, dankbaar, jaar na jaar.

Jezus, Zoon van David, ik prijs uw genade, Jezus, Zoon van David, ik prijs U!
Jezus, Zoon van David, ik prijs uw genade, Jezus, Zoon van David, ik prijs U!

Hier nu het liedje:

Verandering van het hart

preek 22e zondag door het jaar B, Scheppingszondag, 1 september 2024 in de kerk Sint-Bernadette

Eerste lezing: Fragment uit de encycliek Laudato si’, paus Franciscus, 2015

Wij moeten ons leven onderzoeken en erkennen hoe wij de schepping van God beschadigen met onze handelingen en ons onvermogen tot handelen. Wij moeten de bekering, een verandering van het hart, ervaren. Deze bekering veronderstelt verschillende houdingen die zich samenvoegen om een edelmoedige en liefdevolle zorg op gang te brengen. In de eerste plaats houdt zij dankbaarheid en belangeloosheid in, namelijk een erkenning van de wereld als een liefdesgave van de Vader. Dit leidt tot een belangeloze bereidheid om afstand te doen en om onbaatzuchtige gebaren te stellen, ook wanneer niemand die ziet of erkent.
Deze bekering houdt ook het liefdevolle bewustzijn in dat men niet gescheiden is van de andere schepselen, maar met hen een schitterende universele gemeenschap vormt.